Als u als werknemer na het beëindigen van uw dienstverband niet (direct) een nieuwe dienstbetrekking vindt, kunt u meestal een beroep doen op het stelsel van sociale zekerheid. De bepalingen die dit regelen, zijn onderverdeeld in sociale verzekeringen en sociale voorzieningen.
In dat kader zijn de volgende wetten het meest van belang:
Als werknemer kunt u rechten ontlenen aan de WW als u:
♦werknemer in de zin van de WW bent;
♦werkloos bent;
♦minimaal aan de ‘wekeneis’ voldoet;
♦er geen sprake is van verwijtbare werkloosheid.
Werknemer in de zin van de WW
De WW heeft een eigen definitie voor het begrip werknemer. Voorwaarde voor dit werknemerschap is onder meer het hebben van een dienstbetrekking.
U bent werkloos
Volgens de WW bent u werkloos indien sprake is van één van onderstaande feiten:
♦u verliest ten minste 5 dan wel de helft van uw arbeidsuren per
kalenderweek;
♦u heeft geen recht op vergoeding over die verloren uren;
♦u bent beschikbaar om passende arbeid te accepteren, door te solliciteren.
Eisen WW
·Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet u 26 van de voorgaande 36 weken hebben gewerkt. Als u alleen aan deze eis voldoet duurt de uitkering maximaal drie maanden. De hoogte van de uitkering is de eerste twee maanden 75 procent van het laatst verdiende loon en daarna70 procent (gemaximeerd tot het maximum dagloon);
· Om voor een langere WW-uitkering in aanmerking te komen moet u voldoen aan de hierboven beschreven wekeneis, maar ook in vier van de voorafgaande vijf jaren minstens 52 dagen hebben gewerkt. Als u aan beide eisen voldoet is de maximale duur van de WW-uitkering voor u drie jaar en twee maanden.
De duur van de WW-uitkering
De maximale uitkeringsduur bedraagt 3 jaar en 2 maanden (38 maanden). Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) gaat voor de vaststelling van de duur van een uitkering kijken naar de opbouw van het feitelijk arbeidsverleden vanaf 1998. Van de jaren vóór 1998 blijft de leeftijd tellen bij de bepaling van de uitkeringsduur. Voor ieder feitelijk gewerkt jaar (aaneengesloten) heeft u recht op 1 maand WW-uitkering. Het arbeidsverleden start op leeftijd 18 jaar.
Dus:
·Voorbeeld 1: U wordt ontslagen als u 53 jaar bent en u werkte reeds voor 1998, dan heeft u recht op (53 – 18 =) 35 maanden WW-uitkering;
·Voorbeeld 2: U wordt ontslagen als u 53 jaar bent en u bent sinds 4 jaar(2003) als herintreder weer gaan werken, dan heeft u recht op (2007 – 2003 =) 4 maanden WW-uitkering.
Leidend voor het aantal maanden waarop u recht heeft op een WW-uitkering is uw leeftijd op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop u werkloos wordt.
In onderstaande tabel treft u een overzicht van de duur van de WW-uitkering afhankelijk van uw arbeidsverleden. In deze tabel gaat men er steeds van uit dat uw fictief arbeidsverleden op 18-jarige leeftijd is gestart (voorbeeld 1).
Arbeidsverleden
Looptijd
01 jaar
03 maanden
02 jaar
03 maanden
03 jaar
03 maanden
04 jaar
04 maanden
05 jaar
05 maanden
10 jaar
10 maanden
15 jaar
15 maanden
20 jaar
20 maanden
25 jaar
25 maanden
30 jaar
30 maanden
35 jaar
35 maanden
38 jaar
38 maanden
40 jaar
38 maanden
WW-rechten tijdens de fictieve opzegtermijn
Als bij ontslag geen of een onjuiste opzegtermijn in acht is genomen (de fictieve opzegtermijn), wordt het gedeelte van de vergoeding dat overeenkomt met het loon over deze fictieve opzegtermijn, als loon beschouwd. De eerste werkloosheidsdag schuift dan op, want zolang er nog recht is op loondoorbetaling is men niet werkloos en ontstaat er dus geen WW-recht. Dit geldt bij ontslag met wederzijds goedvinden maar ook bij opzegging en ontbinding door de kantonrechter. Bij ontbinding begint de fictieve opzegtermijn te lopen op het moment dat de rechter de ontbinding uitspreekt.
Tijdens de fictieve opzegtermijn blijft u als ex-werknemer wél verzekerd voor de sociale verzekeringswetten.
Deze sociale verzekeringen (inclusief de WW) worden uitgebreid behandeld in het boek Ontslag ... Hoe maakt u er het beste van welke u via onderstaande button - gratis - kunt downloaden.